Marianne v Munster
Willem Brethouwer
Wim Croes
Harry Starren

Marianne van Munster
Mijn persoonlijke visie en strategie passen bij de organisatie waar ik werk. Dát werkt! Het maakt dat ik vanuit m'n kracht & authenticiteit een bijdrage kan leveren aan de strategie van de organisatie. Innovatie, ondernemerschap en creativiteit staan daarbij centraal. Hoe ik naar de toekomst kijk?
Vanuit mijn favoriete bril “overal zijn kansen, de kunst is om ze te benutten!"
Marianne van Munster, business developer/programmamaker
Telefoon: 06-42544185
E-mail: m.vanmunster@baakblue.nl.
Of lees meer op mijn persoonlijke weblog: www.mariannevanmunster.blogspot.com Willem Brethouwer
Co-founder, directeur MarketResponse (Research & Consultancy) te Leusden (sinds 1985).
Gedreven door wat consumenten motiveert heeft Willem zich ontwikkeld als marketeer/onderzoeker met een brede kijk op mensen, merken en markten. Is specialist in positioneringsonderzoek en personal branding. Dit laatste brengt hij ondermeer in praktijk bij De Baak als trainer in het programma “De Nieuwe Manager”. Is gefascineerd door wat mensen drijft, en probeert dat in begrijpelijke concepten helder te maken op terreinen van mens en maatschappij, organisatie en ontwikkeling, werken en waarden en identiteit en imago.
Wim Croes
Wim is organisatieadviseur en interim-manager en vervult opdrachten die vooral zijn gericht op directie en raad van bestuurfuncties.
Zijn specialiteit is begeleiding van strategische issues die gericht zijn op meerwaardecreatie en duurzaamheid. Deze opdrachten worden uitgevoerd in de gezondheidszorg, woningcorporaties en publieke sector.
Inspirerend leiderschap is een thema dat Wim bij veranderingen van binnenuit de organisatie koppelt aan management development in combinatie met verandermanagement.
Naast zijn Nederlandse activiteiten houdt Wim zich ook bezig met internationale samenwerkingsprojecten met name in Spanje en Zuid-Amerika.
Sinds 2008 is Wim geassocieerd aan Brederijn Harry Starren
Algemeen directeur de Baak, managementcentrum VNO-NCW
|
.... Met andere woorden? Met andere ogen zul je bedoelen! Want dát is de naam van deze weblog en geeft direct weer wat baakblue voor ogen heeft. Samen kijken en praten over visie en strategie. Om te komen tot een vernieuwde blik, een andere kijk op de werkelijkheid. Ons verzamelen rondom organisatie én persoonlijke vraagstukken die gaan over visie, over strategie. En laten dát nu container begrippen zijn waar we iets of niets mee kunnen ..... dus praten we samen waarschijnlijk ook over innovatie, leiderschap en ondernemerschap. Deel je ook eens wat jou bezighoudt? Ben je in staat om te kijken én te zien? Leren we van elkaar!
Arbeid na de recessie
vrijdag 5 juni 2009 door Willem Brethouwer
Een van de uitdagende vraagstukken die nu voorligt, is hoe je als organisatie je personeelsbestand inricht als de recessie straks weer achter ons ligt. Ongetwijfeld heeft u daar al een visie op, maar zo bont als Berlusconi het maakt zullen vast weinige managers het maken.
Arbeid na de recessie
Een van de uitdagende vraagstukken die nu voorligt, is hoe je als organisatie je personeelsbestand inricht als de recessie straks weer achter ons ligt. Ongetwijfeld heeft u daar al een visie op, maar zo bont als Berlusconi het maakt zullen vast weinige managers het maken. Berlusconi wil meer jong blond in het Europees Parlement, maar wordt er zelfs door zijn vrouw genadeloos op afgerekend, met scheiding tot gevolg.
Toch is de tijd van crisis wel een moment om na te denken over de samenstelling van uw arbeidspotentieel straks. Houdt uw organisatie vast aan oude patronen en oude recepten, of krijgen nieuwe experimenten een kans? Komen vrouwen de komende jaren wel op significante management posities, en krijgt diversiteit niet alleen vanuit sexe maar ook vanuit andere dimensies inhoud? Inclusiveness (Inclusiviteit) is hot dezer dagen bij de voorlopers van modern personeelsbeleid: het wil culturen bouwen waar verschillen en diversiteit als kracht worden erkend. Het bijzondere aan inclusiviteit is dat het oordeel vooraf eigenlijk wordt uitgesteld, en dat er, net als een soort appreciative inquiry, vanuit positieve vertrekpunten wordt gewerkt. Wat mij nu echter bezighoudt is niet zozeer de vraag of inclusiviteit een nieuwe fundamentele bijdrage aan moderne organisatieontwikkeling gaat leveren, maar hoe? Immers, het inclusieve denken moet gepaard gaan met nieuwe parameters en indicatoren, anders dan ziekteverzuim, instroom, door- en uitstroom en popgesprekken, en dat vergt anders denken.
Ik doe een poging. De organisatie van de toekomst zal meer en meer gebouwd moeten worden op principes van kennisdeling. Het is fascinerend om te zien hoe snel de privéwereld verandert door bijvoorbeeld het ontstaan van sociale netwerken als Hyves. Hoe snel de technologische ontwikkeling communicatie alom tegenwoordig heeft gemaakt. Heeft u al eens gecheckt of uw medewerkers thuis misschien software gebruiken die geavanceerder is dan de software die uw organisatie uw mensen aanbiedt? Denk aan de vele privé Apple gebruikers; velen van hen lachen om (en irriteren zich suf aan) de verouderde platforms die uw ICT afdeling heeft geïnstalleerd terwijl ze zelf thuis twitteren, googlen, picasa gebruiken voor fotocollages, en de prachtigste multimediapresentaties maken. De grootste uitdaging is echter om de kennis die uw oudere werknemers bezitten op een goede manier te vangen en te behouden voor uw organisatie. Want u raakt ze kwijt in de recessie, onder druk van efficiency en cost/benefit ratio’s. Toegegeven er zijn experimenten om de aanstaande bedrijfsverlaters nog kennis en wijsheid te laten delen op video (VHS?) of om ze handboeken te laten schrijven, een paar weken voor vertrek. Toch zijn dat niet de manieren om informatie te laten renderen in een organisatie. De nieuwe mogelijkheden van wiki’s en you tube werpen nieuwe kansen op voor kennisdeling, cultuurontwikkeling en inclusiviteit. Scenario’s bouwen kunt u nu al doen met uw hele populatie aan medewerkers. Hoe zouden zij denken over beoordelen in 2012, over waarderen en belonen, over het belang van een werkplek, een kantooromgeving? Wat verlangen zij aan faciliteiten om kennisdelen te maximaliseren? Hoe zou een project worden aangevlogen als niemand op kantoor was, en iedereen zijn eigen sociale netwerkje meebracht om ideeën voor productontwikkeling aan te dragen. Er groeit een stille revolutie als het gaat om personeelsmanagement nieuwe stijl. Stelt u zich voor dat u al uw medewerkers zou kunnen laten reageren op een van uw zeepkistsessies. Tegen de tijd dat u uw laatste zin uitspreekt hebben uw sleutelmedewerkers uw probleem aangehoord, hebben ze hun netwerk peers al ingeseind en stromen de eerste ervaringen of ideeën al binnen. Gewoon via verhalen. Real time. Met of zonder twitter. Vroeger moest je voor een tentamen alles weten, de laatste decennia zijn ‘open boek’ tentamens in zwang geraakt. ‘Open boek aanpakken’ in het bedrijfsleven of overheid, betekent iedereen consulteren die ook maar een fragmentje kan bijdragen. Dat vergt geen manier van organiseren. Dat vergt loslaten van oude denkwijzen en introduceren van nieuwe parameters, hoeveel sociaal netwerkvermogen heeft een organisatie, is bijvoorbeeld zo’n aardige meter. Begin maar vast te tellen…
Discussie...
Sure we can
maandag 6 april 2009 door Willem Brethouwer
Vandaag 1 april, staat TNT prominent in de krant met een advertentie die de nieuwkomers op de postmarkt verwelkomt, onderstreept met de slogan “Sure we can”. Gelanceerd vorig najaar maar tot op heden niet echt opgevallen. Maar vandaag is het de dag dat de liberalisering echt van start gaat en concurrenten als SANDD en SelektMail de vrije markt op mogen. Ik heb de advertentie aandachtig zitten lezen en dacht bij mezelf, voor wie zou die advertentie nu bedoeld zijn? Voor de concurrentie? Voor de miljoenen Nederlandse klanten? Voor de medewerkers? Of misschien wel voor de politiek, immers zij hebben een groot stempel gedrukt, met Heemskerk voorop, op de nu eindelijk ontstane vrije markt.
We zien een levensgrote bruine labrador in beeld, met iets in z’n bek wat op een Ikea theedoek moest lijken. Nu heb ik zelf twee honden die me af en toe met dezelfde meewarige blik aan kijken, waarbij mijn retriever vol verwachting een stok in zijn bek houdt en laat blijken dat ie ‘m niet wil afstaan en in zijn mand blijft liggen. Daarnaast heb ik een duitse herder, die speels, ongedurig en ongecompliceerd blaft, aandacht trekt en waakzaam en actief is. Ik heb sympathie voor honden omdat ze zo aaibaar zijn. Maar of de labrador nu de goede visual bij de inhoud van de tekst vormt, vraag ik mij af.
Wat TNT ons eigenlijk wil zeggen, is dat post bezorgen toch wel een specialiteit is. Het is een bijzonderheid om dagelijks op het juiste adres post te bezorgen. Net zoals het een specialiteit is om automatisch de post mee te laten verhuizen, mocht je in deze barre tijd al verhuizen. Wat TNT mij eigenlijk wil zeggen is, dat er maar 1 TNT is. Eén die het ambacht van post tot in de finesses beheerst. En dat vraagt om bevestiging, sure.
Wat ik TNT zou willen zeggen, is dat ze blij mogen zijn met een paar nieuwe speelkameraden op het postspeelveld. Speelkameraden die de woorden slim, snel, speciaal en simpel tot kerndaden hebben verheven. Die al 10 jaar geleden ‘in het gat’ sprongen zoals marketeers met visie doen. Die het lef hadden een oude conventie van “6 x per week post” ter discussie durfden te stellen. Die het nieuwe werken (flexibel, stuksloon en eigen baas) toen al inhoud gaven, en die spelregels herschreven. Die een soort duitse herder mentaliteit en karakter etaleerden en de strijd binnen spelregels aangingen. Die speelkameraden die er voor hebben gezorgd dat de TNT labrador uit zijn mand kwam, de poten ging strekken, de poetslap in zijn bek nam en ging poseren voor de fotograaf. Jammer dat de labrador nog niet wil spelen en het spel verder helpt ontwikkelen. Sure, hij apporteert als je een stok weggooit en hij doet wat je zegt. If you want loyalty, buy a dog. Hij kwispelt altijd. Maar met zo’n boodschap raak je geen concurrent. Hooguit bevestig je je medewerkers ermee. Met zo’n boodschap blijf je niet op voorsprong. Nee, daar is iets anders voor nodig. Het wachten is nu op de reactie van SANDD. Ik adviseer SANDD een woordgrap, net als SANDD (Sort AND Deliver) al is. We’re Dare vind ik wel leuk klinken: We zijn er! TNT kom je buiten spelen?
Discussie...
Ja maar...
maandag 23 maart 2009 door Wim Croes
Al eerder heb ik in deze column iets gezegd over moed, creativiteit en lef.Het is alom bekend dat we wereldwijd in een economische winter verkeren. Een periode die, ook voor de langere termijn om creatieve oplossingen vraagt waar moed en lef voor nodig is. Open staan voor ideeën hoe belachelijk en onhaalbaar die vaak ook lijken is juist nu in deze tijd een absolute must. Hier hoort geen Ja maar bij!
U kent ze wel die mensen die bij elk idee direct al weer de schaduwzijde zien. Ook al eerder hield ik een pleidooi voor de kreet “streef naar het belachelijke en bereik het onmogelijke”.
In deze periode zit heel Nederland op het kabinet te wachten wanneer het met oplossingen komt voor de crisis waarin wij economisch momenteel verkeren. Bij Ja maar hoort ook vooral kijken naar een ander, in dit geval naar de overheid. Moet gezegd in dergelijke tijden mag daar ook naar gekeken worden maar het ontslaat niemand om zelf een fiks beroep te doen op zijn of haar eigen oplossend vermogen.
Vanmorgen las ik in de krant dat het een hopeloze zaak is om te denken dat medewerkers die er nu links en rechts bij bedrijven uitvliegen omgeschoold te krijgen voor andere sectoren waar momenteel nog wel een grote vraag om arbeidspotentieel is.
Er komen oplossingen maar gelijk is het gejamaar niet van de lucht. Dit artikel ging over de zorgsector, inderdaad een sector die al vele jaren zit te springen om personeel. Maar ook een sector die sterk is in jamaren en ook de oplossingen zoeken bij de ander. Is het vaak het geld dat ontbreekt nu wordt bedacht dat het personeel dat beschikbaar komt niet geschikt is voor de zorg.
Letterlijk werd gesteld dat er grote twijfels bestaan of een arbeider afkomstig uit de staalindustrie wel voldoende inlevend vermogen heeft om te werken in de zorg. Alsof opeens inlevend vermogen exclusief is voorbehouden aan medewerkers in de zorg. Hoezo, hebben staalboeren geen kinderen, geen vaders en moeders!?
Natuurlijk zal een groot deel niet geschikt zijn voor het wassen van billen. Hoewel ik er wel vertederende beelden bij krijg om de grote handen van een voormalige staalarbeider liefdevol de washand te zien hanteren. Maar serieus het zou de sector wellicht goed doen om eens wat oplossend vermogen uit andere sectoren toe te laten. Niet zo lang geleden zette ik zelf een oud medewerker van een busmaatschappij in om een logistiek systeem te bedenken voor de thuiszorg. Onder de gedachte de juiste bus op de juiste halte in de juiste straat kan niet veel ingewikkelder zijn dan de juiste verzorgende bij de juiste cliënt in de juiste straat, o ja en ook liefst op tijd. Veel gejamaar met argumenten over kwaliteit e.d. of een buschauffeur niet over uitstekende kwaliteiten dient te beschikken om iedereen weer veilig op de plek van bestemming te laten arriveren. Misschien is het besturen van een bus wel meer verantwoordelijk werk dan het besturen van een zorginstelling denk ik wel eens als inderdaad bestuurder van een zorginstelling. Natuurlijk moet op kwaliteit getoetst worden en is lang niet iedereen geschikt voor het moeilijke maar mooie werk in de zorg. Maar tegelijker tijd moeten we in deze tijden van kansen niet te snel ja maar roepen en lef, moed en creativiteit tonen.
Deze crisis kan ons veel leren blijkt of zoals de bioloog T.H. Huxley mooi verwoordde: Ga voor de feiten zitten als een klein kind, wees bereid elk vooropgezet idee los te laten; volg nederig waarheen de natuur je ook leidt, of je zult niets leren.
Discussie...
|
|